Zomaar een paar grepen uit de hoeveelheid nieuwsberichten over dieren en de gevolgen die de huidige klimaatverandering al voor hen heeft... Ongeveer halverwege dit bericht staat een zeer nuttig stuk van het WNF over de gevolgen van klimaatverandering voor dieren.
Weide- en watervogels verdwijnen
Amsterdam - Kieviten, watersnippen, kemphanen, scholeksters, strandplevieren en bergeenden zullen eind deze eeuw uit West-Europa zijn verdwenen als gevolg van klimaatverandering. Dat blijkt uit de Klimaatatlas van Europese broedvogels in Europa, die dinsdag in Den Haag is aangeboden.
Vooral weidevogels, kust-, moeras- en zoetwatervogels krijgen het moeilijk en worden zeldzaam of sterven uit. De soorten die op de hei zitten, zoals de bijeneter en de baardgrasmus zal het beter gaan. Ook zullen veel soorten uit de zuidelijke gebieden naar het noorden trekken.
Aan de Noordpool zal de ivoormeeuw uitsterven, omdat die afhankelijk is van het afval van de ijsbeer, die eveneens het loodje zal leggen.
Het is juist de snelheid van de klimaatverandering die veel soorten niet kunnen bijbenen.
Bron: De Volkskrant, 16-1-2008
Steeds meer wilde dieren in Braziliaanse steden
Steeds vaker duiken er wilde dieren zoals slangen en apen op in Braziliaanse steden. Biologen vermoeden dat de invasie in de stad te maken heeft met de klimaatverandering.
Onlangs verscheen er nog een vier meter lange krokodil in Rio de Janeiro die een grote verkeeropstopping veroorzaakte.
Wurgslang
Maar de grootste sensatie tot nu toe was vorige week in de stad Abaetuba, in de noordelijke deelstaat Para. Daar verscheen een negen meter lange en 120 kilo zware wurgslang. De slang bedreigde een zevenjarig meisje, maar voordat het dier kon toeslaan, hakte een jongen met een machete de kop van de slang af.
Gedesorienteerd
Biologen denken dat de grotere aanwezigheid van wilde dieren in de steden te maken heeft met de klimaatverandering. De dieren raken hierdoor gedesoriënteerd en verlaten dan hun natuurlijke omgeving om op zoek te gaan naar eten en drinken.
Bron: Het Laatste Nieuws, 14-1-2008
De onderzoekers, die zesduizend studies, die tussen 1968 en 2004 werden uitgevoerd, met elkaar vergeleken, kwamen tot de conclusie dat het koraal in de Aziatische Indo-Pacifische strook - die grofweg loopt van Sumatra tot Frans-Polynesië en goed is voor 75 procent van al het koraal op de wereld - de afgelopen twintig jaar met 20 procent is afgenomen.
'Aziatisch koraal verdwijnt sneller dan gedacht'
AMSTERDAM - Het koraal in de Grote Oceaan verdwijnt in een veel hoger tempo dan voorheen werd aangenomen, mede door klimaatverandering, ziektes en een falend beheer. Dat is de conclusie van een woensdag verschenen onderzoek van de Amerikaanse Universiteit van North Carolina.
Afgestorven
Vanaf de jaren '60 is in totaal bijna duizend vierkante kilometer aan koraalriffen afgestorven, aldus onderzoekers John Bruno en Elizabeth Selig.
En de schade is net zo erg aan het goed beschermde Australische Groot Barrièrerif als aan nauwelijks beheerde riffen in de Filipijnen.
Belangrijke rol
Koraal vervult een belangrijke economische, culturele en ecologische rol in de landen waar het voor de kusten voorkomt. Het biedt niet alleen een leefomgeving aan veel dier- en plantensoorten, maar ook een natuurlijke bescherming voor bijvoorbeeld veel eilandgemeenschappen.
De geschatte opbrengst van koraal bedraagt bijna 200.000 euro per vierkante kilometer, voornamelijk door toerisme en visserij.
Oorzaken
Hoewel het huidige onderzoek de oorzaak van de terugloop niet heeft onderzocht, geeft John Bruno de stijgende watertemperaturen door klimaatverandering en lozing van schadelijke stoffen uit landbouw en industrie de schuld.
Ook natuurlijke factoren als stormschade, de toename van het aantal koraalparasieten zoals de doornenkroon-zeester en koraalziektes zoals 'White syndrome' spelen volgens hem een rol.
Beter beheer
Volgens Bruno toont het onderzoek aan dat een beter beheer van riffen nodig is in combinatie met het wegnemen van bedreigende elementen zoals overbevissing.
Echter, lokale maatregelen halen weinig uit als er op wereldschaal niets wordt gedaan aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, zeggen de onderzoekers.
Bron: nu.nl wetenschap, 8-8-2007
De natuur houdt het niet bijHet groeiseizoen in de gematigde streken wordt langer, de verspreidingsgebieden van planten en dieren verschuiven naar de polen en de hooggebergten, planten gaan eerder bloeien, insecten verschijnen eerder, vogels broeden vroeger. Wat dit gaat betekenen voor de dieren en planten is niet te overzien.
Kunnen planten en dieren het tempo van de veranderingen bijhouden en meeveranderen of migreren? Reageren soorten die van elkaar afhankelijk zijn op dezelfde manier op de veranderingen of wordt hun relatie verstoord?
Van een aantal soorten daalt de populatie nu al en dat veel soorten het moeilijk zullen krijgen, is te raden.
De ijsberen op de NoordpoolDe stijgende temperatuur heeft grote gevolgen voor de planten en dieren in de arctische gebieden. Neem de ijsbeer, onbetwiste koning van de Noordpool. De slinkende ijsmassa’s maken het hem steeds moeilijker om zijn jachtgebieden te bereiken. Het water vriest te laat dicht en smelt te vroeg, waardoor het jachtseizoen voor de ijsbeer veel korter wordt. De ijsbeer raakt verzwakt door voedselgebrek, zijn conditie gaat achteruit. Jonge ijsberen raken steeds vaker bedolven door instortende sneeuwholen, die nodig zijn om hen te beschermen tegen de bittere kou van de poolnacht. Dakloze ijsbeerjongen zijn weerloos bij een sneeuwstorm. Maar ook de zeerob, belangrijk voedsel voor de ijsbeer, heeft een sneeuwhol nodig om te overleven. Minder zeerobben betekent hongerende ijsberen.
Rapport Polar Bears at riskHet rapport Polar Bears at Risk van het Wereld Natuur Fonds laat zien aan welke bedreigingen de 22.000 ijsberen op deze wereld blootstaan. Ook op de (engelstalige) site van het Wereld Natuur Fonds staat uitgebreide informatie over ijsberen en hun Noordpooldomeinen. Op deze site kunt u per satelliet twee vrouwtjesberen volgen die de ijsmassa's afstropen op zoek naar hun prooi.
De pinguïns op de ZuidpoolDe mooiste pinguïns ter wereld leven in het meest barre klimaat: op de Zuidpool. Ze broeden hun ei uit ver weg van het water op een ijsveld. Daar hebben ze een goede reden voor. Tegen de tijd dat het jong groot genoeg is om zelf de ijszee in te plonzen, is het ijs gesmolten tot vlakbij het nest. De zee daar is koud en zuurstofrijk en wemelt van het leven. De ijsvelden rond Antarctica worden elk jaar kleiner en daarmee komt de planning van de pinguïns in de knoop.
De rendieren op de NoordpoolIn de zuidelijke streken van de Noordpool kleurt de lente de witte wereld groen. De ontspruitende toendramossen zijn belangrijk voedsel voor de honderdduizenden rendieren. Massaal trekken ze achter het kiemende groen aan. Maar in 1990 ging het mis. Volgens de biologische klok waren de rendieren precies op tijd, maar de natuur bleek te vroeg. Door de hoge temperatuur was het mos al uitgebloeid. Het verlepte groen bood niet veel voedingswaarde voor de zogende vrouwtjes.
Maar ook in de tijden dat mossen bedekt zijn door sneeuw, speelt de verzachting van het klimaat het rendier parten. De dieren krabben de sneeuw met hun voorpoten weg zodat ze kunnen grazen. Maar sinds enkele jaren maakt de sneeuw steeds vaker plaats voor ijzel of ijsregens. De dikke harde laag maakt het mos onbereikbaar voor de dieren.
GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING VOOR PLANTEN EN DIEREN
De zeeschildpadden
Zeeschildpadden zwerven door de oceanen en maken reizen van duizenden kilometers. Totdat ze op een dag opduiken voor de kust, ergens bij het warme strand waar ze zelf geboren zijn. Ze kruipen aan land om in het zand hun eieren te leggen. Daarna gaan ze weer. De warmte van de bodem broedt de eieren uit. Het WNF helpt bij het beschermen van deze broedstranden. Maar wat gebeurt er als de zeespiegel stijgt en het strand er niet meer is?
De olifanten in Afrika
Al miljoenen jaren zwerven olifanten door Afrika. Ze reizen mee met de regens. Waar die vallen is het gras groen en lang. Tegenwoordig worden hun trekroutes maar al te vaak afgesneden door de menselijke beschaving. Ze zijn niet welkom in landbouwgebieden. Nieuwe grillen van het klimaat zorgen voor het uitblijven van de jaarlijkse regens. Steeds vaker zullen olifanten worden opgesloten in onvruchtbare gebieden, door droogte geteisterd.
'Onze' ooievaar in het Zambezi-bekken
Het Zambezi-bekken is een van de grootste riviergebieden in Afrika. Klimaatdeskundigen denken dat de Zambezi en haar zijrivieren steeds minder water te verwerken zullen krijgen. De verminderde hoeveelheid regen van de afgelopen vijftien jaar heeft z'n littekens al in het landschap achtergelaten. Nijlpaarden, olifanten, hoefdieren en trekvogels zoals 'onze' ooievaar, zwaluw en koekoek worden daarvan de dupe.
De slingerapen in Zuid-Amerika
Hoog in de woudreuzen van het Zuid-Amerikaanse regenwoud wonen slingerapen in kleine familiegroepen. Aan het hoofd staat moeder. Zij kent het bos op haar duimpje en weet precies welke vruchten in welk jaargetijde rijp zijn voor consumptie. Die kennis heeft zij van haar voorouders. Een jaar van plotselinge droogte is een ramp. De bomen staan niet in bloei en maken geen vruchten. Hongersnood dreigt.
Noordpool
De pure schoonheid van het Noordpoolgebied staat in schril contrast met de schade die het broeikaseffect er aanricht. In het voorjaar begint het pakijs eerder te smelten, in het najaar groeit het ijs langzamer en minder ver aan. Steeds vaker valt er regen in plaats van sneeuw, die na bevriezing de ondergrond in een ondoordringbare spiegel verandert. Leden van de Yupik en andere inheemse gemeenschappen melden dat de veranderde toestand van het ijs het gevaarlijk maakt om te jagen. Warm zeewater zorgde in 1997 en 1998 voor een explosieve groei van zee-algen. Het waren er zo veel, dat ze zelfs vanuit de ruimte zichtbaar waren. Lees hier meer informatie over de gevolgen van klimaatverandering voor de Noordpool.
Zuidpool
Ook op de andere pool trekt het pakijs zich terug. Zuidpoolonderzoekers zijn bang dat het broeikaseffect hier eveneens onherstelbare schade aanricht. In 1995 verdween al een groot deel van de Larsen-ijsplaat in de oceaan, en in 1999 zijn al stukken van twee andere ijsplaten in het water verdwenen.
De koraalriffen
Wat de tropische regenwouden zijn op het land, zijn de koraalriffen voor de zee: tuinen van weergaloze schoonheid met een ongekende soortenrijkdom. Die koraaltuinen worden gebouwd door koraaldiertjes. Ze kunnen alleen daar leven waar het water precies de goede diepte en precies de goede temperatuur heeft. Als het water maar één graad opwarmt of de zeespiegel maar één meter stijgt, zullen ze sterven. En met hen de onderwatertuinen en alle vissen die daar leven.
De zoetwaterwetlands
Trekvogels leiden op het oog een zorgeloos bestaan. Als hun ingebouwde wekker afgaat, vliegen ze enorme afstanden naar een gebied waar het dat seizoen goed vertoeven is. Maar hoe lang kan dit nog? Talloze wetlands langs de veelgebruikte trekroutes staan onder druk. Voedselrijke slikplaten komen onder water te staan en daar loopt de weg dood voor de trekvogels. Elders vormt de verhoogde verdamping juist de belangrijkste bedreiging voor de wetlands, die langzaam uitdrogen.
De Europese bossen
De laatste bossen van het dichtbevolkte Europa zijn het thuis van een gevarieerde planten- en dierenwereld. Van spechten tot wilde zwijnen, van vlinders tot boommarters. Zulke bossen lijken onverwoestbaar. Ze kunnen zelfs de koudste winters doorstaan, maar als de gemiddelde temperatuur slechts drie graden stijgt, zal eenderde van alle eiken- en beukenbossen ten onder gaan.
De mangrovebossen
Mangrovebossen herbergen een gigantische rijkdom aan levensvormen. Een zeespiegelstijging van één meter kan in deze kustbossen ernstige schade aan de natuur toebrengen. In de mangrovebossen bij Bangladesh en India leven de meeste wilde tijgers ter wereld. Ook zijn de bossen met hun ontelbare kreken en uitgestrekte rietlanden een eldorado voor overwinterende trekvogels. Als de zeespiegel stijgt is er voor hen geen plek meer over. Zeker omdat de mangroven zich door de steeds dichter bebouwing niet landinwaarts kunnen terugtrekken.
Het tropisch regenwoud
Tropische regenwouden kunnen zich goed aanpassen aan snelle klimaatveranderingen, zo blijkt wel uit fossiel materiaal. Maar nu maakt de mens het de bossen erg moeilijk. Landbouw en houtkap versnipperen de regenwouden, nevelwouden en heidewouden. De delen die aan de rand van het woud liggen zijn een makkelijke prooi voor orkanen, die steeds vaker de kop op steken. Nauwelijks beschermd door de luwte van soortgenoten, zijn de bomen slecht bestand tegen de al maar krachtiger rukwinden.
Bron:
http://www.wnf.nl/wnf/website/index.cfm/ID=380AE0AE-40A8-41C5-A49D2AA660038610